Het non-verbale gedrag (lichaamstaal) van een persoon, zoals gezichtsexpressies en lichaamsbewegingen, is een bron van informatie bij het detecteren van leugens, omdat het moeilijker is non-verbaal dan verbaal gedrag te controleren. Mensen denken onterecht dat leugenaars veel bewegen, lachen, wegkijken en met hun ogen knipperen, terwijl lachen, wegkijken, en het knipperen met de ogen niet gerelateerd zijn aan leugengedrag en leugenaars over het algemeen juist minder bewegen met hun armen en benen en minder gebruik maken van illustratoren. Daarnaast zijn er verschillen in het gezicht waar te nemen wanneer mensen liegen over hoe ze zich voelen. Een onechte lach is bijvoorbeeld asymmetrisch en vaak zonder lachrimpels rond de ogen. Ook ‘lekken’ de daadwerkelijk gevoelde emoties door de onechte emoties heen: wanneer iemand zich bijvoorbeeld verdrietig voelt en met een nepglimlach vertelt dat het goed met hem of haar gaat, zijn de spieren rond de wenkbrauwen die geassocieerd zijn met negatieve emoties (zoals de corrugator en frontalis) nog steeds geactiveerd.

Foutieve opvattingen
Eén van de redenen voor de verschillen tussen de gedragingen waarvan mensen denken dat leugenaars die tonen en de gedragingen die leugenaars daadwerkelijk tonen is dat mensen over het algemeen niet weten hoe mensen, inclusief zichzelf, zich normaal gedragen wanneer ze niet liegen. De foutieve opvattingen over leugengedrag spelen dus een belangrijke rol in de bevinding dat mensen over het algemeen slecht zijn in het detecteren van leugens. Deze foutieve opvattingen hebben meer invloed op het detecteren van leugens wanneer mensen gevraagd worden om actief te oordelen of iemand liegt of de waarheid spreekt dan wanneer het detecteren van leugens op een meer indirecte manier wordt gemeten. Bij een indirecte manier van leugendetectie vraag je je niet direct af of iemand misschien zou kunnen liegen, maar ga je na of de persoon een goede indruk op je heeft achter gelaten of hoe de persoon zich op dat moment gevoeld moet hebben.

Wat tonen onderzoeken aan?
Onderzoeken hebben aangetoond dat hoewel mensen niet goed konden inschatten of leugenaars wel of niet de waarheid vertelden, ze wel een minder goed gevoel over deze mensen hadden en ook beter konden inschatten hoe de persoon zich daadwerkelijk voelde. Dus op een minder direct niveau, waar foutieve opvattingen over leugengedrag minder invloed heeft op de beoordeling, wordt er wel een accuraat onderscheid gemaakt tussen leugenaars en waarheidsvertellers.

Dr. Marielle Stel: Assistant Professor, Department of Social and Organizational Psychology, Utrecht University.

Website van: Marielle Stel