admin Geen reacties

Door Marc Bockstaele. Marc Bockstaele is hoofdcommissaris bij de federale politie te Gent en content manager van de cursussen, 01 juli 2008 09:33 uur.

‘Waarheidsvinding’ van Tinka Bethlem, Janny Oosting en Gerard Snel, verschenen in het nummer 3 van maart 2006, werd kort de SCAN aangeraakt als middel tot waarheidsvinding. Deze methode om analyses te doen van geschreven verklaringen blijft in België en Nederland interesse wekken van politieambtenaren en steeds meer van magistraten. De tijd is rijp om deze techniek naderbij te bekijken. Waar situeert de SCAN zich in het landschap van detectie van misleiding? Zijn de gebruikte criteria valide? In welke onderzoeken kan de SCAN nuttig ingezet worden ? Levert een SCAN van een verklaring een meerwaarde op bij verhoren en voor de waarheidsvinding?

Historiek

Onderzoek naar verbale leugendetectie dateert van de jaren ‘50 van vorige eeuw, toen Undeutsch vaststelde dat waarheidsgetrouwe, op de realiteit gebaseerde verklaringen, opvallend verschillen van valse en vertekende verhalen. De analysetechniek die daaruit voortkwam heet ‘Statement Validity Assessment’ (SVA), en heeft als belangrijkste component de ‘Criteria Based Content Analysis’ (CBCA).
De Undeutsch hypothese dient ook als uitgangspunt voor de ‘Scientific Content Analysis’ (SCAN), ontwikkeld door Sapir in 1984, en heeft verbanden met ‘Reality Monitoring’ (RM), in 1981 ontwikkeld door Johnson en Ray.
Deze drie schriftelijke analysemethodes zijn bedoeld om waarheidsgetrouwe verklaringen te onderscheiden van misleidende verklaringen.

Avinoam Sapir was destijds luitenant-polygrafist bij de Israëlische politie en is thans zelfstandig politieconsulent in Arizona.  De SCAN wordt onderzoeksmatig reeds in verschillende landen toegepast, waaronder alle staten van de V.S., Canada, Australië, het Verenigd Koninkrijk, België, Nederland, Israël, Mexico, Zuid-Afrika,…
Vandaag staat de cursus op het programma verhoortechnieken bij o.a. de FBI, de U.S. Army Military Intelligence, de Royal Canadian Mounted Police, de Royal Australian Police College, de American Society for Industrial Security en Belgische Politiescholen.

De SCAN

Verhoren is juiste informatie bekomen van iemand. Volgens Sapir is dit onlosmakelijk verbonden met de opsporing van misleiding. Een verhoorder die geen signalen van misleiding kent en niet voortdurend alert is voor misleiding, is niet goed bezig.
Sapir onderscheidt zes verschillende stappen in de SCAN:
1. de initiële fase, het contacteren van de te verhoren persoon;
2. het bekomen van de ‘pure versie’. De betrokkene wordt in deze fase, aan de hand van een open vraag, uitgenodigd zelf zijn verklaring te (laten) noteren, zonder enige tussenkomst of sturing van de politieambtenaar;
3. de analyse aan de hand van een aantal criteria. Daartoe wordt een kleurcode toegekend en/of worden de woorden omcirkeld, onderlijnd of omkaderd. Het resultaat van het analysepatroon geeft ‘hot spots’ aan;
4. het bekomen van een uitgewerkte versie. Bijkomende open vragen worden gesteld ter aanvulling van de zelf geschreven versie;
5. het gedetailleerd verhoor op basis van de gedetecteerde kritische punten;
6. het nagesprek met als doel te proberen achterhalen of betrokkene zichzelf beschouwt als eerlijk of als misleidend.

De SCAN-criteria

7 van de 14 volgende SCAN criteria werden wetenschappelijk onderzocht en bleken valide in het kader van SVA/CBCA en/of Reality Monitoring. 3 andere SCAN-criteria maakten het voorwerp uit van wetenschappelijk onderzoeken naar verbale leugendetectie en bleken eveneens valide. 4 van de 14 SCAN criteria werden nog niet wetenschappelijk onderzocht.

1. Verandering in taalgebruik

Elke persoon heeft een eigen vocabulaire, afhankelijk van zijn persoonlijkheid, sociaal leven, opvoeding, opleiding, intelligentie en levensgeschiedenis. Sapir noemt dit de persoonlijke linguïstische code van de auteur. Wanneer een persoon consistent is in zijn taalgebruik, is dit volgens Sapir een aanduiding dat hij de waarheid spreekt. Een verandering in taalgebruik geeft, ook volgens een SVA-criterium, een verandering in de werkelijkheid weer.
Wanneer een verdachte van een moord op zijn vrouw in zijn verklaring telkens schrijft  ‘mijn vrouw’, en plots haar voornaam gebruikt, dan wijst deze verandering in taalgebruik op een kritisch punt waarover volgens Sapir moet doorgevraagd worden.
De overgang van ‘mijn’ naar ‘de/het’ lijkt ook een tendens te zijn bij misleidende mensen: -“Ik ging naar mijn auto maar de auto startte niet”, (het moest eerst ‘de auto’ worden om hem in brand te kunnen steken).

2. Verandering in werkwoordtijd

Werkwoorden drukken actie uit, in het verleden, het heden of de toekomst. Bij de analyse van verklaringen is de tijd van het werkwoord uitermate belangrijk, want gebeurtenissen, opgeroepen vanuit het geheugen, worden in regel vermeld in de verleden tijd. Bij het opstellen van een verklaring, hebben de feiten zich immers al voorgedaan. De omschakeling naar de tegenwoordige tijd kan volgens Sapir wijzen op misleiding. De feiten worden dan ‘uitgevonden’, als het ware op het moment zelf beleefd. Bv.:
-” Het gebeurde zaterdagnacht. Ik ging naar buiten op het terras om de planten water te geven. Het was bijna donker. Een man rent uit de struiken. Hij komt op het terras, grijpt me vast en slaat me neer.”

3. Spontane ontkenningen

Personen die de waarheid spreken zullen volgens wetenschappelijk onderzoek dikwijls bij het begin van hun verklaring op een directe manier de beschuldigingen ontkennen. Personen die de waarheid niet spreken, zullen veel minder geneigd zijn dit te doen.
Op basis van statistieken voert Sapir aan dat de spontane ontkenning -“Ik heb het niet gedaan”, in een antwoord op een open vraag, als waarheidsgetrouw dient te worden beschouwd. Dit geldt echter alleen wanneer de ontkenning er in die bepaalde bewoordingen staat. Iedere afwijking van de zin -“Ik heb het niet gedaan”, zoals: “Ik denk het niet – het kan niet – ik herinner het me niet”, dient te worden beschouwd als een tactisch manoeuvre.

4. Geen herinnering aan de gebeurtenis

Een persoon met bonafide geheugenverlies zal volgens een CBCA-criterium doorgaans zeggen dat hij zich sommige fragmenten wél kan herinneren en extra vingerwijzingen zullen hem helpen om weggezakte herinneringen te activeren.
Er is een hoge graad van mogelijke misleiding wanneer iemand op een directe vraag antwoorden geeft in de zin van: -“ Ik herinner het mij niet”. Het moet wel een belangrijke vraag zijn in de zin van: -“Reed je met de auto die gezien werd aan de bestolen winkel?”. Het is volgens Sapir moeilijk te geloven dat een onschuldig persoon op directe vragen niet kan antwoorden met een simpel ‘ja’ of ‘neen’. De feiten zijn sterk in het geheugen van een dader gegrift en daarom is het voor hem dikwijls moeilijk om ze flagrant te ontkennen.
5. Disproportionele of buitencontextuele vermeldingen

SCAN, CBCA en Reality Monitoring schenken aandacht aan elementen die buiten de context zijn. Een oprecht persoon bouwt zijn verhaal vanuit zijn geheugen. Het geheugen is gevuld met een hoop overbodige informatie. Daarom zal een oprecht verhaal verbanden hebben met andere voorvallen, die niets te maken hebben met het voorval dat de essentie van het gesprek is.

6. Gebrek aan sociale introductie

Een gebrek aan sociale introductie is typisch voor de SCAN. Wanneer een verhoorde een verklaring geeft, heeft hij de lezer of luisteraar in gedachten. De verhoorde zal die persoon voorstellen. Als de lezer of luisteraar niet begrijpt naar wie de verhoorde verwijst, dan was dat de bedoeling van de verhoorde. Iets in de gedachten van de verhoorde weerhield hem om de andere persoon voor te stellen. –“Ik stond op, nam een douche en kleedde me aan. Mijn vrouw Lisa (=sociale voorstelling) stond op en kwam met me naar de keuken. Dan ging Lisa…”. De persoon stelde Lisa eerst voor als zijn vrouw en verkortte dan zijn taal. Dat is in orde omdat een lezer al weet wie Lisa is. Elke afwijking van die regel beschouwt Sapir als een onvolledige sociale voorstelling waarbij de verhoorde om een of andere reden iets verzwijgt wat dus een punt is om op door te vragen.

7. Ongepast gebruik van voornaamwoorden

Volgens Sapir is het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord in de eerste persoon, enkelvoud, ‘ik’, de norm voor een waarheidsgetrouwe verklaring. Het weglaten van ‘ik’ zwakt een verklaring behoorlijk af en wijst ook volgens wetenschappers op terughoudendheid van de auteur om zich te binden aan de beschreven feiten, hetgeen er op kan wijzen dat hij niet de volledige waarheid vertelt.
Ervaren onderzoekers in verkrachtingszaken zijn steeds op hun hoede, wanneer in de verklaring van een slachtoffer plots het voornaamwoord ‘wij’ of ‘we’ opduikt. Vanuit hun ervaringen, in het verhoren van slachtoffers, beschouwen zij het gebruik van ‘hij’ en ‘ik’ als de norm en niet ‘wij’ of ‘we’, om de aanrander en het slachtoffer te beschrijven.
‘Wij’ of ‘we’ duidt op een verbondenheid, een relatie tussen personen, hetgeen in een verkrachtingszaak zelden het geval is. Wanneer een onderzoeker botst op het gebruik van ‘wij’ of ‘we’ in een verklaring, moet hij zich de vraag stellen of het slachtoffer de aanrander kende en of ze samen waren voor de feiten plaatsvonden. Indien dit niet het geval is, is er reden om te geloven dat de verklaring gefabriceerd is.

8. Ontbrekende delen (‘missing links’ en ‘text bridges’)

Wanneer een persoon het relaas doet van bepaalde feiten, gebeurt het zelden dat werkelijk elk detail van wat hij heeft meegemaakt, erin wordt opgenomen. Dikwijls zal de persoon in kwestie ook niet de wil hebben om alles mee te delen aan de lezer. Bepaalde stukken informatie – missing links – zullen dus ontbreken. Volgens Sapir is het bijzonder moeilijk om flagrant te liegen. Een misleider verkiest daarom eerder de volledige waarheid te verzwijgen, dan een fictief verhaal te vertellen; ze zullen een ‘onvolledige waarheid’ vertellen.
Dat doet hij dikwijls door de gebeurtenis, die hij wil verzwijgen, te overbruggen met een verbindingswoord of uitdrukking (‘text bridges’ of ‘connections’). Na een text bridge zal de misleider gewoon doorgaan met het vertellen van de waarheid. Het gebruik van een text bridge, moet de lezer-verhoorder waarschuwen om op dat punt door te vragen.
Text bridges zijn dikwijls gekenmerkt door vage tijdsaanduidingen. Voorbeelden hiervan zijn ‘later’, ‘een beetje later’, ‘kort daarna’, ‘voordien’, ‘nadien’, ‘dan’, ‘uiteindelijk’ of ‘het volgende dat ik me herinner.’

9. Tijdsverloop

De SCAN besteedt aandacht aan de verhouding tussen subjectieve en objectieve tijd. De subjectieve tijd wordt bepaald door de hoeveelheid tekst die door de auteur besteed wordt aan een bepaalde tijdsperiode binnen de verklaring. De objectieve tijd staat dan voor de werkelijke tijd die een bepaalde gebeurtenis in beslag neemt. In een waarheidsgetrouwe verklaring zullen subjectieve en objectieve tijd overeenkomen, terwijl ze in een misleidende verklaring uiteen zullen lopen. Wanneer een persoon in zijn verklaring tien regels besteedt aan een periode van 20 minuten en vervolgens in drie regels een periode van vier uren samenvat, dan zal de subjectieve tijd niet overeenkomen met de objectieve tijd en zal de verklaring verder onderzocht moeten worden.

10. De test van de precisie (onverwachte complicaties)

Een eerlijke verklaring zal volgens Sapir en volgens een CBCA-criterium vaak refereren aan andere incidenten tijdens de feiten, die in het geheugen vervat liggen. Denk aan het rapporteren van het plotseling rinkelen van de telefoon of de bel, de onverwachte binnenkomst van een derde persoon, het afgaan van een autoalarm of het uitvallen van het licht. Dit zijn zaken die men niet zomaar zal verzinnen en bovendien realiseren leugenaars zich niet dat die vermeldingen relevant zijn.

11. De structuurtest (verhoudingen in het verhaal)

Een verklaring zal volgens Sapir en wetenschappelijk onderzoek gewoonlijk uit drie delen bestaan. In een eerste deel van ongeveer 20% zal de context, waarin een feit zich voordoet, omschreven worden. Alle informatie die de auteur noodzakelijk vindt om het eigenlijk voorval te kaderen, zal hierin opgenomen worden. Het incident zelf (de diefstal, de brandstichting, de vechtpartij, …) wordt in het tweede deel beschreven en omvat 50% van het verhaal. Het derde deel, ongeveer 20%, vertolkt wat er na het voorval gebeurde en omvat ook de ervaren emoties.
Afwijkingen van deze verdeling, bv. een eerste deel (de inleiding) dat langer is dan het tweede deel (de feiten) wijzen op misleiding. Een misleider zal voor circa 90 % aan introductie vertellen, slechts 5% over de hoofdzaak en voor ongeveer 5% afronden en besluiten.

12. De plaats van emoties binnen de verklaring

Waarheidsgetrouwe verklaringen van getraumatiseerde slachtoffers bevatten ook volgens wetenschappelijk onderzoek en CBCA-criteria beschrijvingen van emoties en gevoelens, zoals afkeer, schrik, pijn, machteloosheid, schaamte, schuld, evenals het relaas van misdrijfgerelateerde kennis, zoals denken hoe te ontsnappen. Vooral de beschrijving van de ontwikkeling en de verandering van emoties gedurende de gebeurtenis is van belang.  De misleidende persoon kan geen emoties, gedachten en gevoelens oproepen over feiten die hij niet werkelijk heeft beleefd omdat hij het verhaal fantaseerde.

13. Zintuiglijke waarnemingen

Volgens Sapir en uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een waarachtige verklaring meer verwijzingen inhoudt naar zintuiglijke waarnemingen.
Bv. een vrouw die aangifte doet van verkrachting en de geur van motorolie op de handen van haar aanrander vermeldt. Dergelijke indicatoren, die wijzen op waarheidsgetrouwheid, zijn dikwijls aanwezig, maar worden al te vaak genegeerd.

14. Details in het verhaal

Zowel bij de SCAN als bij verbale leugendetectie, CBCA en Reality Monitoring wijzen veel details in het relaas over het tijdstip, de plaats, het misdrijf, die kunnen nagetrokken worden door getuigen of bewijsmateriaal, op een waarheidsgetrouwe verklaring. Details over de feiten die enkel de dader kan weten en die hij zelf inbrengt, maken een bekentenis ijzersterk.

Onderzoeken over de SCAN-techniek

Drie wetenschappelijke onderzoeken hebben zich specifiek toegespitst op het potentieel van SCAN in de forensische praktijk.  In een vierde wetenschappelijke studie werd onderzoek gedaan naar communicatie onder stress.   Enkele van de SCAN-indicatoren kwamen daarbij aan bod. Een vijfde studie, geen wetenschappelijk onderzoek, betreft een ‘verkenning’ in drie Nederlandse politiekorpsen naar de meerwaarde van de SCAN bij de waarheidsvinding in opsporingsonderzoeken.  Uit al die onderzoeken bleek de meerwaarde van SCAN bij verhoren.

Gebruik van de SCAN

De analyse van een ongecontamineerde geschreven verklaring kan later gebeuren, door analisten die niet bij het onderzoek betrokken zijn. Het is bijgevolg niet vereist dat elke politiedienst over eigen SCAN-analisten beschikt. Een beperkt aantal SCAN-analisten, die regelmatig overleg plegen, is ook aangewezen omwille van een consistente interpretatie van de SCAN-criteria. De SCAN is immers niet gestandaardiseerd. Voorwaarde is dat binnen alle politiediensten minstens het bestaan van de SCAN-methode gekend is, om een correcte afname van verklaringen mogelijk te maken.

De SCAN-methode kan gehanteerd worden bij zowel daders, slachtoffers als getuigen en dit ongeacht de aard van de feiten of de achtergrond van de betrokkene. Het enige dat noodzakelijk is, is een schriftelijke verklaring. Idealiter is dit een ‘pure version statement’, maar SCAN kan evengoed toegepast worden op andere, niet-gecontamineerde stukken, zoals dagboeken, emails, brieven, … Zelfs als al enkele verhoren zijn uitgevoerd voordat de verhoorde gevraagd wordt zijn verklaring zelf te schrijven, heeft SCAN een toegevoegde waarde.

Toepassingsmogelijkheden:
Voor onderzoeken waarbij een groot aantal verdachten en/of getuigen in aanmerking komen, biedt SCAN de mogelijkheid om, door middel van een vragenlijst, een eerste selectie te maken (prioriteiten leggen) van personen die een vermoedelijk waarachtige of onwaarachtige verklaring aflegden;
De SCAN laat toe om uit iedere verklaring informatie te halen die er met een traditionele lezing niet meteen in onderkend wordt. In die omstandigheden kan SCAN een meerwaarde bieden in alle soorten van onderzoeken;
Een zelf geschreven verklaring of een verklaring, opgetekend na een open vraag, zal steeds het voordeel bieden van een betere verderzetting van het verhoor, omdat betrokkene zich gebonden weet door wat hij eerder schreef of zei;
De analyse van de geschreven verklaringen levert vitale achtergrondinformatie en details op waarmee een rechercheur zijn verhoorplan kan voeden;
Afscheidsbrieven bij zelfmoord;
Het inschatten van de waarheidsgetrouwheid van diverse aangiftes, vooral zedenmisdrijven;
Zolang de SCAN-analist bij bepaalde criteria rekening houdt met de taalontwikkeling, is er geen belemmering om SCAN ook bij minderjarigen toe te passen.

De SCAN-techniek is ideaal als voorbereiding op het verhoor. Dikwijls verdwijnen verklaringen in het dossier zonder grondig geanalyseerd te zijn met het oog op een nieuw verhoor. Een analyse van een tekst kan nochtans relevante informatie aan het licht brengen, maar zonder de nodige kennis van de noodzakelijke instrumenten blijft belangrijke informatie onbekend. Een analyse van een geschreven verklaring kan men ook vergelijken met het onderzoek ter plaatse, m.n. de Plaats-Delict (PD) bij een moordzaak. Een leek kan op een PD rondwandelen en absoluut niets zien wat van enige waarde kan zijn voor het onderzoek. Iemand die getraind is in het systematisch doorlopen en doorzoeken van een plaats-delict zal echter een schat aan informatie aantreffen.

Besluiten

SCAN is een analysemethode die ontworpen werd om informatie te bekomen en om potentieel misleidend taalgebruik in een geschreven verklaring aan het licht te brengen. De methode beweert echter niet te kunnen uitmaken of een persoon effectief liegt of niet. Het resultaat van een SCAN-analyse geeft de kritische punten in een schriftelijke verklaring weer, die verder onderzocht moeten worden. De SCAN-techniek kan op die manier geïncorporeerd worden in een ruimere verhoorstrategie, één van de instrumenten in het arsenaal van een onderzoeker, om zo veel mogelijk informatie uit een persoon los te krijgen.

Een foto van een persoon in een krant bestaat uit een aantal zwarte, donkergrijze en lichtgrijze puntjes. Hoe meer puntjes hoe scherper het beeld. Enkele puntjes zeggen helemaal niets, maar soms zijn een beperkt aantal puntjes van een bijzonder kenmerk voldoende om de persoon te herkennen en het maakt dan niet meer uit of er nog details bijkomen. Bij een foto zit de betekenis niet in de elementen, maar in het ‘patroon’ dat ze vormen.
Ook bij detectie van misleiding zegt één criterium helemaal niets. Hoe meer criteria wijzen op misleiding, hoe meer uitgesproken ze zijn, hoe betrouwbaarder de analyse. Detectie van misleiding verschilt van persoon tot persoon en van situatie tot situatie.

De methode draagt duidelijk enig potentieel in zich als instrument voor onderzoekers. Door het niet toepassen van schriftelijke analysetechnieken, vooral SCAN die na een beperkte opleiding toepasbaar is door de gemiddelde politieman , laten de gerechtelijke diensten kansen voor waarheidsvinding liggen. Dat er in de wetenschappelijke wereld nog enige onzekerheid bestaat over de wetenschappelijke betrouwbaarheid van enkele SCAN-criteria – 4 criteria werden nog niet wetenschappelijk onderzocht – hoeft geen belemmering te zijn. De analysetechniek is vooral een praktische meerwaarde voor de waarheidsvinding: ze doet vragen stellen die anders niet zouden gesteld zijn. Wat niet bekend is wordt niet uitgepluisd en blijft dus onbekend. Hier staan wetenschappers-psychologen en de rechtspraktijk ver uit elkaar. Bovendien zijn klassieke verhoren van getuigen, slachtoffers en vooral verdachten niet betrouwbaarder dan de analyses ervan.

bron: website voor de politie